NOA outdoor living NOA outdoor living
Case story

De koplopers van de outdoor-industrie, België als internationale outdoor-expert

Als je dacht dat België alleen bekend stond om friet, bier en chocolade, dan heb je het mis. Belgisch outdoor-design is wereldberoemd en wordt zowel in woon- als architectuurprojecten geprezen. De belangrijkste reden? Opvallend design in combinatie met materialen die tegen elk weertype bestand zijn. Bedankt, regen, hagel, ijzige kou en brandende zomerzon! Interior PULP sprak met vijf CEO's van Belgische outdoormerken die hun producten op NOA trots presenteren aan architecten van over de hele wereld: Katia Dewitte van Limited Edition, Annelies Deltour van Paneltim, Dirk Wynants van Extremis, Paul Renson van Renson en Kris Van Puyvelde van Royal Botania.

Tekst: Nicolas Block – verschenen in Interior Pulp

Waarom is België volgens jullie zo’n voortrekker in high-end outdoordesign?

Katia: “Belgen zijn sterk in design en wereldwijd bekend om hun kwalitatieve producten. Dat is essentieel wanneer je outdoorproducten ontwikkelt, want die moeten bestand zijn tegen weer en wind. Daar komt ook ons tijdloos design bij, aangevuld met een vleugje surrealisme en durf.”

Dirk: “Je hoort vaak dat Belgen door het doorgaans grijze weer elke zonnestraal koesteren. Dat klopt volgens mij deels. Toch denk ik dat het antwoord ligt bij onze ‘baksteen in de maag’. Vlamingen investeren graag in hun woning, en daar maakt de tuin vandaag een volwaardig deel van uit. Mensen bouwen kleiner, maar willen meer kwaliteit. Als ze investeren, dan doen ze dat ook grondig.”

Paul is er ook van overtuigd dat ons klimaat een rol speelt: “Hier moet alles bestand zijn tegen regen, wind, temperatuurschommelingen en zelfs stormweer. Die technische limieten hebben Belgische bedrijven gevormd. We moesten oplossingen ontwikkelen die buiten leven het hele jaar door mogelijk maken, wat ons niveau heeft verhoogd.”

Kris vult aan: “Onze internationale reflex is ook belangrijk. België is klein, dus wie hier onderneemt, moet automatisch verder denken. Dat betekent dat je producten moet ontwerpen die universeel relevant zijn. Geen lokale gimmicks, maar tijdloze ontwerpen die in New York even goed werken als in Knokke.”

Wanneer werd outdoor volgens jullie een volwaardige discipline?

Kris: “Vanaf het moment dat architecten outdoorontwerpen begonnen mee te nemen in hun eerste schetsen, denk ik. Vroeger werd het terras achteraf ingevuld. Vandaag loopt het materiaal van binnen door naar buiten. Zichtlijnen worden afgestemd op tuinmeubilair. Verlichting wordt integraal mee ontworpen. Outdoor is geen bijzaak meer, maar echt een integraal deel van het concept.”

Annelies: “Outdoorprojecten worden ook steeds complexer: daktuinen, wellnesszones, plunge pools, geïntegreerde zitbanken. Dat vraagt nieuwe bouwmethodes. Wij leveren met Paneltim geen vast eindproduct af, maar een systeem. Onze panelen zijn licht, structureel sterk en waterdicht. Daardoor kunnen architecten volumes creëren die vroeger alleen met zware betonconstructies mogelijk waren. Die technische vrijheid tilt outdoor ook mee naar een architecturaal niveau.”

Paul: “En het stopt niet bij het technische aspect. Ook comfort speelt een enorme rol. Beschutting tegen regen, controle over licht, ventilatie, verwarming, … Het moet allemaal naadloos geïntegreerd worden. Mensen willen buiten kunnen leven met hetzelfde comfort en dezelfde uitstraling als binnen.”

Wat maakt Belgisch outdoor dan zo herkenbaar?

Dirk vangt aan: “Belgisch design streeft niet naar applaus, maar naar respect. Wij zijn geen land van theatrale gebaren. Onze kracht zit in subtiliteit. In balans. Een buitenruimte moet rust brengen. Het is een tegenbeweging tegen het steeds snellere leven. Daarom ontwerpen wij graag sociale meubels, zoals lange tafels en gedeelde zitplaatsen. Ontmoeting staat buiten centraal.”

Kris vat samen wat Belgisch design voor hem betekent: “Ingetogen luxe. Geen overdaad. Geen visuele drukte. Zuivere lijnen, correcte verhoudingen, sterke materialen. Tijdloosheid is misschien de moeilijkste stijl om te realiseren, maar het is wel waar we naar streven. Een goed ontwerp moet over twintig jaar nog altijd relevant zijn.”

Hoe onderscheiden wij ons van Italië en Scandinavië?

“In Scandinavië ligt de nadruk sterk op interieur”, zegt Dirk. “Outdoor blijft daar vaak eenvoudiger. In mediterrane landen zie je soms producten die er fantastisch uitzien, maar waarvan ik me afvraag hoe ze zich gedragen na vijf jaar buiten te staan. België zit daar tussenin. Wij zijn streng voor onszelf. Esthetiek alleen volstaat voor ons niet.”

Paul: “We denken internationaal, maar blijven trouw aan onze Belgische mix van esthetiek, kwaliteit en comfort. En dat zie je ook aan onze buitenruimtes: visueel weggewerkte schroeven, oog voor detail, strakke ontwerpen en doorgedreven maatwerk dat dankzij de vele opties eindeloos te personaliseren is.”

Annelies: “Wat ons ook onderscheidt, is de bereidheid om samen te werken. Architecten, ingenieurs en producenten zitten hier vaak vroeg samen rond de tafel. Dat creëert sterkere totaalconcepten.”

Materialen lijken een Belgische troef. Hoe belangrijk is innovatie?

Annelies: “Extreem belangrijk. België heeft een sterke traditie in aluminium, staal, hout en kunststoffen. Maar wat ons typeert, is dat we blijven verbeteren. Onze panelen zijn volledig waterdicht, licht en tegelijk structureel sterk. Ze zijn recyclebaar en laten een enorme ontwerpvrijheid toe. Dat is essentieel in high-end projecten waar maatwerk de norm is.”

Paul reageert: “Aluminium kent als duurzame en onderhoudsvriendelijke basisgrondstof voor terrasoverkappingen geen geheimen meer voor ons. Maar we innoveren ook actief op het vlak van andere natuurlijke materialen. Denk aan stof en hout voor geïntegreerde invullingen, zoals gordijnen, schermen of schuifpanelen. Als het maar opgaat in de architectuur van een buitenpaviljoen, net als technologie zoals verwarming en verlichting.”

Kris: “Duurzaamheid speelt ook een grote rol. Wij ontwerpen producten die twintig jaar of langer meegaan. Dat vraagt niet alleen hoogwaardige materialen, maar ook doordachte constructies en verborgen technische oplossingen.”

Hoe belangrijk is totaalbeleving vandaag?

Paul: “Cruciaal. Hoewel ons vertrekpunt op het vlak van outdoor living altijd is om beschutting te bieden tegen de weersomstandigheden, zijn we geëvolueerd van losse zonweringsproducten naar complete buitenkamers. Mensen willen een plek waar ze kunnen werken, dineren, ontspannen en zelfs sporten. Opties als vaste wanden, ingewerkte verwarming, verlichting en audio zorgen ervoor dat je op maat van je wensen buiten tijd kan doorbrengen zonder te moeten inboeten aan comfort of visuele rust.”

Dirk reageert: “Maar we moeten opletten dat outdoor geen kopie van binnen wordt. Buiten moet buiten blijven. Wind, licht, seizoenen: dat zijn kwaliteiten. Het gaat om balans. Comfort zonder het karakter van buiten te verliezen.”

Welke rol speelt duurzaamheid in de toekomst?

Annelies begint: “Duurzaamheid is de basis van alles. Recycleerbare materialen, modulaire systemen, een lange levensduur; dat wordt standaard. Wij investeren sterk in circulaire oplossingen. Niet alleen om ecologisch correct te zijn, maar ook omdat de markt het vraagt.”

Katia: “We zijn dan ook bijzonder sterk in gerecycleerde materialen gebruiken en durven experimenteren met nieuwe, duurzame materialen zoals PVC.”

“Voor ons betekent duurzaamheid ook tijdloosheid”, zegt Kris. “Een ontwerp dat na vijf jaar gedateerd aanvoelt, is niet duurzaam. Echte duurzaamheid combineert esthetiek, techniek en levensduur.”

Hoe ziet de toekomst van high-end outdoor eruit?

Dirk: “Outdoor heeft misschien wel het grootste groeipotentieel binnen de meubelwereld. Onze binnenruimtes worden kleiner, onze agenda’s voller. De nood aan natuur groeit. Ik geloof sterk in biophilic design, het integreren van natuurlijke elementen om mentaal welzijn te bevorderen. Outdoor wordt volgens mij steeds minder luxe en steeds meer noodzaak.”

Katia: “Ik ben er ook van overtuigd dat buitentapijten nog populairder zullen worden en zelfs binnenshuis gebruikt zullen worden. Ze staan namelijk bekend om hun onderhoudsvriendelijkheid en duurzaamheid, wat in elke ruimte goed van pas komt, en ook in de keuken bijvoorbeeld.”

Paul: “Buitenleven ís de toekomst. Mensen willen rust en frisse lucht, maar zonder comfort in te leveren. En dat is precies waar we met onze buitenleefruimtes aan willen bijdragen.”

Annelies vult aan: “Volgens mij ligt de toekomst in materiaalinnovatie. Nieuwe kernstructuren, nieuwe toplagen, lichtere systemen. Maar altijd met architecturale vrijheid als doel.”

Kris besluit als volgt: “Wat blijft, is kwaliteit. Trends komen en gaan. Maar wie investeert in doordachte, duurzame producten, investeert in tijd.”

Over NOA:
NOA outdoor living is een totaalbelevingspark voor buitendesign in Kruisem. In de thematuinen kan u inspiratie opdoen om uw tuin sfeervol in te richten. Ze combineren architectuur, landschap en interieur en heten zowel architecten, tuinarchitecten, designers en aannemers als particulieren welkom. In dit inspiratiepark vindt u luxueus tuinmeubilair en ontwerpen van meer dan 25 high-end partners terug, die u graag op weg helpen om uw droomtuin vorm te geven. Bovendien is het park de geknipte professionele netwerklocatie; de conferentiezalen, overdekte patio, ruime showroom en plaza van NOA outdoor living vormen de ideale setting voor uw congres, productpresentatie of -lancering.

Vorige Overzicht Volgende
PLAN JE BEZOEK
×